Myopie – inmiddels een wereldwijd volksgezondheidsprobleem – komt steeds vaker voor, met name bij kinderen en jongvolwassenen. De stijging wordt verklaard door een combinatie van genetische predispositie en omgevingsfactoren zoals intensief nabijwerk en beperkte blootstelling aan daglicht. Binnen het klinisch myopie-management ligt de focus niet alleen op refractieve correctie, maar vooral op het afremmen van axiale elongatie om het risico op myopiegerelateerde complicaties op latere leeftijd te reduceren.
Corneatopografie ontwikkelt zich daarbij tot een essentieel diagnostisch instrument. De techniek maakt een gedetailleerde, driedimensionale analyse van de corneale morfologie mogelijk. Hierdoor worden zelfs subtiele veranderingen in corneakromming en -hoogte betrouwbaar zichtbaar. Voor orthoptisten, optometristen en oogartsen vormt corneatopografie dan ook een waardevolle aanvulling voor het personaliseren en monitoren van myopie-interventies.